Tijdens de informatieve bijeenkomst op 2 april kwam onder andere het onderwerp ‘Wormen bij honden en katten” uitgebreid aan de orde. Dit artikel gaat in op het gedeelte dat handelde over spoelworminfecties.
Spoelwormen bij hond en kat: ook een risico voor de mens
Spoelwormen komen bij vrijwel alle honden en katten voor. De volwassen wormen zitten in de darmen en komen slechts zelden met de ontlasting mee naar buiten. De eieren die wel met de ontlasting meekomen zijn niet met het blote oog waarneembaar. Daarom valt het vaak niet mee om eigenaren van de aanwezigheid ervan te overtuigen. Toch zijn deze wormen belangrijk vooral ook omdat ze een risico vormen voor de mens. Op al deze aspecten gaat dit artikel nader in.
Inleiding De meeste inwendige en uitwendige parasieten zijn gastheerspecifiek. Dit betekent dat ze maar bij één diersoort voorkomen. Sommige parasieten kunnen bij meerdere diersoorten voorkomen of kunnen een deel van hun cyclus bij een andere diersoort doorbrengen. Bij hond en kat komen rondwormen en lintwormen voor. Rondwormen vormen een groep van verschillende soorten wormen waarvan vooral spoelwormen en daarnaast haakwormen en zweepwormen de bekendste zijn. Bij honden en katten kunnen diersoortspecifieke lintwormen voorkomen maar ook de vossenlintworm die als volwassen parasiet vooral bij honden en vossen en in mindere mate bij de kat voorkomt.
Wormsoorten bij hond en kat Spoelwormen zijn grote ronde wormen die lijken op spaghetti slierten. Volwassen stadia kunnen wel 20 cm lang worden. Omdat spoelwormen bij alle pups en kittens voorkomen, een aparte cyclus hebben en ook bij de mens problemen kunnen geven gaat dit artikel vooral in op de spoelwormen. De spoelwormen van hond en kat zijn gastheerspecifiek. De spoelworm van de hond heet officieel Toxocara canis en die van de kat Toxocara cati. De larvale stadia van beide parasieten kunnen ook bij de mens problemen veroorzaken.
Besmettingswegen spoelwormen De normale levenscyclus van veel wormen is de volgende: volwassen wormen in het maagdarmkanaal van een gastheer leggen eieren. De eieren komen met de ontlasting in de omgeving terecht. Uit de eieren komen larfjes die vervolgens weer kunnen worden opgenomen door een volgende gastheer. In het maagdarmkanaal ontwikkelen ze zich verder tot volwassen wormen en de cyclus is rond. Een volwassen spoelworm van hond en kat kan wel 200.000 eieren per dag produceren. Pups, kittens en volwassen dieren kunnen elkaar en hun omgeving besmetten door hun ontlasting. Na opname van besmettelijke spoelwormeieren via de bek, bijvoorbeeld door het eten van braaksel, ontlasting of daarmee bevuild gras of modder, wordt een hond of kat besmet. In de darm komt een larve uit het ei. Deze larve doorboort de darmwand en maakt een trektocht door het lichaam om daarna weer terug te keren naar de darm en volwassen te worden. Sommige spoelwormlarven keren niet terug naar de darm, maar kapselen zich in in vet- en spierweefsel. Onder invloed van onder andere hormonen kunnen deze ‘slapende’ larven weer actief worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld aan het einde van de dracht. De larven van de hondenspoelworm migreren naar de baarmoeder en het melkklierweefsel bij de teef en de larven van de kattenspoelworm verplaatsen zich alleen naar het melkklierweefsel bij de poes. Het gevolg hiervan is dat een pup vóór de geboorte wordt besmet via de baarmoeder. Zodra een pup ter wereld is, wordt hij ook nog besmet via de moedermelk. Dit laatste geldt ook voor een kitten. De opgenomen spoelwormlarven gaan door de darmwand heen en via de lever naar de longen. Dit laatste is één van de redenen waarom pups tijdens de eerste levensweken kunnen hoesten. De larven worden opgehoest en doorgeslikt en komen zo via de maag in de darm, waar zij uitgroeien tot volwassen wormen.
Verschijnselen van een spoelwormbesmetting Pups en kittens die zijn besmet, groeien minder en hebben minder weerstand. Daardoor zijn ze vatbaarder voor andere ziekten. Soms zien we diarree, braken, een doffe vacht en een enkele keer hoesten. Als een dier een ernstige besmetting heeft, wordt de buik dik (het zogenaamde ‘wormenbuikje’), terwijl het diertje verder juist mager is. De wormen kunnen de darm zelfs verstoppen.
Risico voor de mens De spoelwormen van hond en kat kunnen ook problemen geven bij de mens. De mens kan op verschillende manieren worden besmet bijvoorbeeld door opname van besmette aarde, door het eten van slecht gewassen groente of door het in de mond steken van vingers of voorwerpen tijdens het spelen in de zandbak. Dit laatste is bij kinderen een veel voorkomende bron van besmetting. Maar ook de vacht van honden kan besmet zijn met spoelwormeieren of –larven en door de hond te aaien kan een besmetting worden overgebracht.
Verschijnselen bij de mens Spoelwormen ontwikkelen zich bij de mens niet tot volwassen wormen in de darm. Ze blijven rondzwerven in het lichaam en veroorzaken overal waar ze komen ontstekingsreacties. Vaak verloopt de infectie onopgemerkt; als er wel verschijnselen optreden lijken ze vaak veel op griep. Bij kinderen is er een verband aangetoond tussen astma en de aanwezigheid van antistoffen tegen spoelwormen. Als een larve in het oog terecht komt, kan dit tot blindheid leiden. In zeldzame gevallen vindt inkapseling in de hersenen plaats en dit kan fataal zijn. Uit een onderzoek van het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, bij 800 Nederlanders bleek 19%, dus bijna 160 personen, antistoffen te hebben tegen de spoelworm Toxocara. Dit betekent dat ze besmet zijn of besmet zijn geweest met spoelwormen. Iedereen kan besmet raken met spoelwormen, omdat uitwerpselen van honden en katten zich overal in de omgeving bevinden. Bovendien zijn de wormeitjes zo weersbestendig, dat ze verscheidene jaren kunnen overleven. Mensen die met honden of katten fokken, kinderen en diereigenaren lopen een groter risico besmet te raken met spoelwormen en uit onderzoek blijkt dat de kans op een spoelwormbesmetting bij de leden van een gezin met een factor vijf toeneemt als er pups in huis zijn!
Preventie van de besmetting van mens en dier Mens en dier kunnen zich gemakkelijk besmetten omdat overal in de omgeving spoelwormeieren voorkomen. De belangrijkste preventieve maatregelen voor de mens is goed handen wassen na het aaien van een huisdier en voor het eten. Maar ook het goed wassen van groente en fruit is van belang. Daarnaast kunnen de volgende preventieve maatregelen helpen om de besmetting van de omgeving te verminderen:ruim de uitwerpselen van honden en katten snel op, voordat de eitjes besmettelijk worden. Gooi deze uitwerpselen niet in de compostbak!laat katten hun behoefte doen op een kattenbak en haal dagelijks de ontlasting uit de kattenbak;dek zandbakken af, zodat honden en katten er niet in kunnen;laat uw hond niet poepen op de stoep of op plaatsen waar kinderen spelen;ontworm uw honden en katten regelmatig; zie ontwormingsschema hierna. Ontwormen Het is belangrijk om uw hond of kat regelmatig te ontwormen met een goed wormmiddel. Niet alle wormmiddelen zijn goed werkzaam tegen spoelwormen. Uw dierenarts weet precies welk middel geschikt is voor uw huisdier. Volwassen spoelwormen komen zelden in de ontlasting terecht maar de eitjes van de spoelworm wel en wel met tienduizenden per dag. Deze eitjes zijn echter met het blote oog niet waarneembaar. Dus ook als u geen wormen ziet, is het raadzaam om uw huisdieren regelmatig te ontwormen. Voor uw hond is het beste ontwormadvies:ontworm uw volwassen hond vier keer per jaar;ontworm uw pup op een leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken en daarna tot de leeftijd van een halfjaar één keer per maand. ontworm de zogende teef tegelijk met de pups.Voor uw kat is het beste ontwormadvies:ontworm uw volwassen kat vier keer per jaar;ontworm uw kittens op een leeftijd van 4, 6 en 8 weken en daarna tot de leeftijd van een halfjaar één keer per maand;ontworm de zogende poes tegelijk met de kitten. Spoelwormen vormen ook een risico voor de mens. Behandel daarom uw hond of kat volgens bovenstaand advies en neem de genoemde preventieve maatregelen in acht. Daarmee kunt u niet alleen de besmettingsdruk voor uw eigen en andermans huisdieren maar ook het risico voor u en uw medemens verkleinen.
Drs. Joke de Lange Praktijk voor Kleine Huisdieren Terpelân, Blije